SOCIAAL ZEKERHEIDSRECHT
(mr J.L. Plokker en mr J.G.P. de Wit)
Bijna iedereen die in Nederland woont, heeft wel eens met sociale zekerheid te maken. Veel mensen betalen premies voor allerlei sociale zekerheidswetten, waar iedereen - arbeidsongeschikten, onvrijwillig werklozen, mensen met kinderen - in bepaalde gevallen een beroep op kan doen. Het sociaal zekerheidsrecht omvat veel regelingen die meestal erg ingewikkeld zijn. Wij kunnen u helpen bij problemen rond uw uitkering, bijvoorbeeld als uw aanvraag wordt afgewezen, of als uw uitkering wordt beëindigd en/of wordt ingetrokken of verlaagd, of als de verstrekte uitkering van u wordt teruggevorderd.
DE BELANGRIJKSTE WETTEN
ZW (Ziektewet)
Als u ziek wordt dan kan het zijn dat u voor een Ziektewet-uitkering (ziekengeld) in aanmerking kunt komen.
Bent u op dat moment nog in loondienst dan moet de werkgever tijdens ziekte het loon doorbetalen. Als het contract rechtsgeldig eindigt dan kan het UWV bij arbeidsongeschiktheid ziekengeld toekennen. Dit kan ook als u werkloos bent op het moment dat u zich ziek meldt.
De hoogte van het ziekengeld bedraagt 70% van het laatst verdiende brutoloon.
De maximale duur van een Ziektewet-uitkering is 104 weken na aanvang van de arbeidsongeschiktheid.
Binnen deze periode van 104 weken kan het zijn dat het UWV aan u laat weten dat u naar de mening van het UWV niet langer meer ziek bent terwijl u vindt dat dit nog wel zo is.
Tegen een dergelijke beslissing, meestal aan u verteld door een verzekeringsarts, kunt u bezwaar aantekenen.
LET OP: Dit moet wel snel gebeuren! De termijn hiervoor bedraagt maar twee weken nadat de beslissing aan u is bekend gemaakt. Het is dus van belang dat u dan snel op zoek gaat naar een goede advocaat. Wij kunnen u helpen.
Als u echter arbeidsongeschikt blijft dan kan het zijn dat u na de eerste 104 weken van ziekte voor een WIA-uitkering in aanmerking komt.
De WIA is de opvolger van de vroegere WAO (de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering). Deze WAO blijft gelden voor degenen die nu ook al onder de WAO vallen. Degenen die zich na 1 januari 2004 hebben ziek gemeld en die dat na 104 weken zijn gebleven vallen niet onder de WAO, maar onder de WIA.
WIA (Wet werk en inkomensvoorziening naar arbeidsvermogen)
WIA is de uitkering die u als werknemer kunt ontvangen als u door ziekte niet of minder kunt werken en deze situatie langer dan 104 weken heeft geduurd. U kunt deze uitkering aanvragen als u na 91 weken (dus bijna twee jaar) nog steeds ziek bent en om deze reden 65% of minder kunt verdienen van uw loon voordat u ziek werd. Voor de WIA geldt in beginsel de regel dat u zoveel mogelijk werkt als u kunt.
De IVA-uitkering
Als u helemaal niet meer kunt werken en indien dat niet of nauwelijks zal veranderen dan heeft u mogelijk recht op een zgn. IVA-uitkering, dit is de inkomensvoorziening voor volledig arbeidsongeschikten.
De hoogte van de IVA-uitkering
Als u geen werk heeft dan bedraagt deze uitkering in principe 75% van uw laatst verdiende loon.
De duur van de IVA-uitkering
Als uw situatie niet verandert dan kunt u deze IVA-uitkering krijgen totdat u 65 jaar wordt. Als uw gezondheid toch verbetert dan kan dit recht veranderen en worden omgezet in een zgn. WGA-uitkering.
De WGA-uitkering
Wanneer u nog gedeeltelijk kunt werken of als er kans is op herstel dan heeft u mogelijk recht op een zgn. WGA-uitkering. WGA staat voor “Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten” en is een uitkering voor mensen die om medische redenen beperkt zijn om te werken maar toch nog in staat kunnen zijn om loon te verdienen.
Vroeger, bij de WAO, werd m.n. gelet op wat u vanwege uw medische klachten niet meer kunt doen. Door de invoering van de wet WIA is dat veranderd en wordt er nagegaan wat u, ondanks uw medische klachten, nog wèl kunt doen. Door het UWV zal dan ook worden onderzocht wat u, ondanks uw klachten en beperkingen, nog aan loon zou kunnen verdienen, waarbij ook rekening moet worden gehouden met uw opleiding/scholing.
Als blijkt dat u dan 65% of minder kunt verdienen van uw oude loon dan komt u in aanmerking voor deze WGA-uitkering.
De hoogte en duur van de WGA-uitkering
De WGA-uitkering kent verschillende varianten.
In eerste instantie zal de uitkering worden gebaseerd op de hoogte van uw laatst verdiende loon. Dit is de zgn. loongerelateerde uitkering.
Gedurende de eerste 2 maanden zal dit worden vastgesteld op 75% van uw laatst verdiende loon. Daarna wordt dit verlaagd naar 70% van het laatste loon.
De duur van deze loongerelateerde uitkering bedraagt tenminste 3 maanden, maar kan eventueel worden verlengd al naar gelang uw arbeidsverleden. U moet dan wel gedurende de laatste 5 kalenderjaren tenminste 4 jaar hebben gewerkt. Daarvoor is het voldoende dat u per jaar 52 of meer loondagen heeft gewerkt. Dat hoeft niet aaneengesloten te zijn geweest en ook niet bij een en dezelfde werkgever. Als u niet heeft gewerkt maar bijvoorbeeld een kind heeft verzorgd dan kan dit jaar ook meetellen, maar dan voor de helft.
Vanaf 1998 wordt vastgesteld gedurende hoeveel jaren u feitelijk heeft gewerkt. Voorafgaand aan 1998 gaat het UWV niet na of u feitelijk heeft gewerkt maar tellen deze jaren automatisch mee vanaf het jaar dat u 18 jaar bent geworden. Dit noemen ze het fictieve arbeidsverleden.
Voor elk jaar van uw arbeidsverleden wordt de uitkering met 1 maand verlengd, tot een maximum van 38 maanden.
Als deze periode voorbij is dan heeft u mogelijk recht op voortzetting van de WIA-uitkering, maar dan moet u natuurlijk nog steeds zodanig arbeidsongeschikt zijn dat u niet meer dan 65% van uw oude loon kunt verdienen.
De uitkering kan dan ofwel worden voortgezet als loonaanvullingsuitkering ofwel als vervolguitkering, al naar gelang de hoogte van het loon dat u eventueel nog verdient.
LET OP: Als u niet volledig arbeidsongeschikt bent bevonden dan kunt u wel in aanmerking komen voor een WGA-uitkering, maar dan blijft u in beginsel wel verplicht om op zoek te blijven naar werk voor het deel waarvoor u niet arbeidsongeschikt bent bevonden.
wel of geen WIA
Tegen alle beslissingen waarin een recht op WIA-uitkering (IVA of WGA) wordt vastgesteld, afgewezen, beëindigd of verlaagd kunt u binnen zes weken na de dagtekening van de beslissing (‘beschikking”) bezwaar maken. Als u daarvoor rechtsbijstand zoekt kunt u bij ons terecht.
WW (Werkloosheidswet)
U heeft recht op een werkloosheidsuitkering wanneer u uw baan verliest. U moet dan wel in de periode voorafgaand aan uw werkloosheid in minimaal 26 van de laatste 36 weken hebben gewerkt. Dit behoeft niet bij dezelfde werkgever te zijn geweest en ook niet in een aaneengesloten periode. Als u slechts een kort deel van een week heeft gewerkt dan telt die week al mee.
Bovendien moet u 5 uur of meer van uw arbeidsuren per week verliezen, of tenminste de helft van uw arbeidsuren.
Het is belangrijk om de aanvraag in te dienen zodra u weet dat u werkloos wordt.
U moet bereid zijn om uw best te doen om ander werk te vinden en daarvoor beschikbaar te zijn. Kan dit niet, dan voldoet u niet aan een van de belangrijkste voorwaarden om voor de WW in aanmerking te komen en wordt de aanvraag afgewezen.
De hoogte en duur van de WW-uitkering
De eerste 2 maanden van werkloosheid bedraagt de uitkering 75% van uw laatst verdiende loon.
Daarna daalt de WW tot 70% van het laatste loon.
De duur van de WW bedraagt tenminste 3 maanden, maar kan eventueel worden verlengd al naar gelang uw arbeidsverleden. U moet dan wel gedurende de laatste 5 kalenderjaren tenminste 4 jaar hebben gewerkt. Daarvoor is het voldoende dat u per jaar 52 of meer loondagen heeft gewerkt. Dat hoeft niet aaneengesloten te zijn geweest en ook niet bij een en dezelfde werkgever. Als u niet heeft gewerkt maar bijvoorbeeld een kind heeft verzorgd dan kan dit jaar ook meetellen, maar dan voor de helft.
Vanaf 1998 wordt vastgesteld gedurende hoeveel jaren u feitelijk heeft gewerkt. Voorafgaand aan 1998 gaat het UWV niet na of u feitelijk heeft gewerkt maar tellen deze jaren automatisch mee vanaf het jaar dat u 18 jaar bent geworden. Dit noemen ze het fictieve arbeidsverleden.
Voor elk jaar van uw arbeidsverleden wordt de uitkering met 1 maand verlengd, tot een maximum van 38 maanden.
Wel of geen WW
Het kan gebeuren dat u werkloos wordt en uw verzoek om WW toch wordt afgewezen, u op uw WW-uitkering wordt gekort, uw WW-uitkering wordt ingetrokken of (een deel) van uw uitkering wordt teruggevorderd.
U kunt tegen al deze beslissingen een bezwaarschrift indienen. Het is belangrijk dat u dit binnen de wettelijke termijn doet. In de beslissing staat die termijn steeds genoemd. Wij zijn gespecialiseerd om u ook voor WW-problemen te helpen.
WWB (Wet Werk en Bijstand)
WWB (Wet Werk en Bijstand)
Iedereen die, al dan niet samen met een partner, geen of te weinig inkomsten en ook weinig spaargeld heeft, kan in beginsel in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Tegenwoordig heet deze wet “Wet Werk en Bijstand” en niet meer de (Nieuwe) Algemene bijstandswet omdat de wetgever heeft willen benadrukken dat er toch eerst geprobeerd moet worden te gaan werken voordat bijstand kan volgen. U heeft dan ook een sollicitatieplicht, behoudens bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als u vanwege uw gezondheid daartoe niet in staat bent. Uw medische beperkingen worden dan eerst vastgesteld voordat u van de sollicitatieplicht wordt ontheven.Alleenstaande ouders met kinderen, jonger dan 5 jaar, kunnen vragen om niet actief op zoek te hoeven gaan naar werk. De uitvoering van deze wet is ondergebracht bij de gemeenten. Er gelden strenge regels om een bijstandsuitkering te kunnen krijgen èn deze te kunnen behouden. Zo zult u alles moeten melden wat voor het recht op (en de hoogte van) een bijstandsuitkering van belang is. Dit is ook belangrijk omdat anders de gemeente het recht op deze bijstand niet goed kan beoordelen. Ook uw woonsituatie moet worden vastgesteld. De meest ingrijpende manier van controleren is een bezoek bij u thuis. Soms moet u dit toelaten, maar soms kunt u dit ook weigeren omdat een inbreuk in uw persoonlijke levenssfeer dan niet zo ver mag gaan. Het is belangrijk vooraf advies te vragen over de regels op dit gebied. Wij kunnen u daarover informeren en u wijzen op uw rechten en plichten.
Wanneer u een aanvraag indient voor een uitkering en deze aanvraag wordt niet in behandeling genomen of de aanvraag wordt afgewezen, kunt u daartegen een bezwaarschrift indienen. In het algemeen is bij het weigeren van een dergelijke uitkering sprake van een 'spoedeisend belang'. Daarvoor kan een verzoek tot een voorlopige voorziening worden ingediend bij de rechtbank. Dit is een procedure waarbij de rechtbank een voorlopig oordeel geeft over de vraag of u recht heeft op een uitkering.
Ook kan het zijn dat uw gemeente uw uitkering tijdelijk verlaagt omdat u volgens de gemeente iets niet goed heeft gedaan (een “maatregel”). Ook daartegen kan een bezwaarschrift worden ingediend.
Overige wetten
Naast de genoemde wetten zijn er nog verschillende andere sociale verzekeringen en voorzieningen waar u mee te maken kunt krijgen, zoals de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning), de AKW (Algemene Kinderbijslagwet) en de ANW (Algemene Nabestaandenwet).
In alle gevallen geldt, dat er beslissingen genomen kunnen worden over uw uitkering waarmee u het niet eens bent. U kunt daartegen dan ook bezwaar maken.
Let in ieder geval op de termijn die onderaan de beslissing staat vermeld. In sommige gevallen is de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift maar twee weken in plaats van zes weken! Het is dus belangrijk om tijdig actie te ondernemen, bijvoorbeeld door het indienen van een voorlopig bezwaarschrift.
Voor alle sociaal zekerheidswetten geldt dat, wanneer uw bezwaarschrift ongegrond is verklaard, u daartegen beroep kunt instellen bij de rechtbank en daarna, zo nodig, in hoogste instantie bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht.